empty
empty
Brood met woord 'Glutenvrij'.
Bovenlichaam met rode uitslag.

Voedselovergevoeligheid

Wat is voedselovergevoeligheid?

De verzamelnaam voor allergie en intolerantie is voedselovergevoeligheid. Voedselovergevoeligheid kan een allergie zijn, zoals een koemelkallergie of een notenallergie. Het kan ook een intolerantie zijn, bijvoorbeeld een lactose- of glutenintolerantie.

Het is niet eenvoudig om vast te stellen of er sprake is van voedselovergevoeligheid. De klachten kunnen heel verschillend zijn en van persoon tot persoon verschillen. Bovendien kunnen de klachten ook andere oorzaken hebben.

Wat is het verschil tussen voedselallergie en -intolerantie?

Een allergie wordt regelmatig verward met een intolerantie. Er zijn echter diverse verschillen.

» Een allergie wordt veroorzaakt door een reactie van het immuunsysteem, waarbij antistoffen worden aangemaakt. Een intolerantie wordt niet veroorzaakt door een reactie van het immuunsysteem, maar door een tekort aan een bepaald enzym. Desondanks reageert het lichaam op een stof die het niet kan verdragen.
» Een allergische reactie treedt vaak snel en heftig op en ook al na contact met een kleine hoeveelheid allergeen. Een intolerante reactie openbaart zich binnen 48 uur en pas na contact met een grote hoeveelheid allergeen. Een allergeen is het bestanddeel van de voeding dat de reactie veroorzaakt.
» Een allergie kan levensbedreigend zijn in geval van een anafylactische shock, die wordt veroorzaakt door een verwijding van de bloedvaten. De symptomen zijn ademhalingsmoeilijkheden, een lage bloeddruk en een vertraagde hartslag. In het ernstigste geval kan dit binnen enkele minuten tot de dood leiden, wanneer er niet adequaat wordt ingegrepen. Ernstige anafylactische reacties zijn echter zeldzaam. Een intolerantie is niet direct levensbedreigend, maar kan het op lange termijn wel zijn.

Welk voedsel veroorzaakt voedselovergevoeligheid?

Voedselallergie (er is maar weinig van het schadelijke eiwit nodig om de allergieaanval te veroorzaken):

» Melk, eieren, soja-producten
» Noten van bomen (walnoten, amandelen)
» Pinda’s (eigenlijk het product dat gebruikt wordt bij de verwerking van pinda’s)
» Tarwe
» Vis en schaaldieren

Voedselintolerantie:

» Kunstmatige toevoegingen: vaak tarwe en eiwitten, maar ook kleurstoffen, conserveermiddelen, smaakverbeteraars, natuurlijke chemicaliën als salicylaten en -amines en sulfieten.
» Gluten (Coeliakie): zitten in tarwe, gerst, haver, rogge en spelt.

Wat zijn de symptomen bij voedselovergevoeligheid?

In tegenstelling tot een voedselallergie, komt bij een voedselintolerantie het afweersysteem niet in actie. Het afweersysteem veroorzaakt dus ook niet de symptomen die optreden. De symptomen treden op, na het eten van bepaalde voedingsmiddelen, door de afwezigheid van bepaalde enzymen in ons lichaam. De stoffen die de overgevoeligheidsreactie oproepen worden ‘triggers’ genoemd.

Voorkomende symptomen bij voedselallergie:

» Huidklachten: eczeem, galbulten, jeuk, roodheid, uitslag.
» Klachten aan het hoofd: roodheid van oogslijmvliezen, tranen, vochtophoping onder de ogen, ontsteking van het oog en middenoor, blaasjes/zwelling van de lippen, tong, keel of verhemelte, jeuk in de mond, zwelling in het gezicht (een glottisoedeem in het gezicht is levensbedreigend).
» Luchtwegen: verstopte neus, jeuk, loopneus, niezen, vochtophoping rond strottenhoofd, heesheid, droge hoest, astmatische klachten, piepende ademhaling, benauwdheid, kortademigheid, samengetrokken tussenribspieren.
» Maagdarmklachten: misselijkheid, buikpijn, brandend maagzuur, overgeven, diarree of juist obstipatie.
» Hart- en vaatklachten/anafylaxie: bleek zien, duizeligheid, flauwte, lage bloeddruk, snelle pols of soms trage pols, zweten, bewusteloosheid (shock).
» Overige klachten: vermoeidheid, concentratieproblemen, groeiachterstand, stemmingsveranderingen, gedragsveranderingen.

Voorkomende symptomen bij voedselintolerantie:

» Moeheid, hoofdpijn en migraine, vatbaar voor verkoudheid.
» Spierpijn, gewrichtspijn.
» Somberheid, depressiviteit/angsten.
» Overgewicht.
» Huidaandoeningen.
» Oedeem (vochtophoping).
» Aften (zweertjes in de mond).
» Darmproblemen, zoals zweren in de twaalfvingerige darm, ziekte van Crohn, Prikkelbaar darm syndroom, opgeblazen buik/winderigheid, obstipatie, maagzweer.
» Hyperactiviteit en ADHD bij kinderen.
» Reumatoïde artritis (chronische ontstekingsziekte van de gewrichten).

Wat staat er op het etiket?

Alhoewel het niet altijd even duidelijk is, moeten de 12 meest voorkomende allergene voedingsstoffen altijd op het etiket staan, ongeacht de hoeveelheid die van de stof in het voedingsmiddel aanwezig is of met welk doel het gebruikt is. Dit zijn glutenbevattende granen, ei, vis, pinda, noten, soja, melk, schaaldieren, selderij, mosterd, sesamzaad en sulfiet. Het kan hierbij zowel gaan om een ingrediënt als om een hulpstof bij de productie. Ook stoffen die van de allergenen gemaakt worden, moeten op het etiket staan. De wetgeving kent enkele uitzonderingen. Afgeleide stoffen die geen reacties kunnen geven bij mensen met een voedselallergie en coeliakie, hoeven niet te worden vermeld.

Wat betekent ‘Bevat sporen van...’?

Veel fabrikanten vermelden dat een product sporen van een allergeen kan bevatten of is geproduceerd in een omgeving waar diverse allergenen aanwezig zijn. Zij waarschuwen op die manier voor mogelijke kruisbesmetting, ook al hoeft daarvan geen sprake te zijn. Een mogelijke kruisbesmetting is van belang voor mensen die zo heftig reageren op een voedingsmiddel dat een levensbedreigende situatie zou kunnen ontstaan, zoals bij een anafylactische shock.

Hoe vaak komt voedselovergevoeligheid voor?

Voedselallergie komt bij 8% van de baby’s onder 12 maanden voor en bij 6–8% van de kinderen. Bij volwassenen komt het bij ongeveer 3% voor. Men name kinderen kunnen over hun allergie heen groeien. 60% van de kinderen verdraagt weer melk of eieren als ze naar school gaan. Rond het achtste jaar is dit zelfs 85%. Allergieën voor vis, noten en pinda’s duren vaak levenslang.

Voedselintolerantie komt veel vaker voor, zowel bij baby’s (o.a. via de moedermelk), kinderen als volwassenen. Het effect hangt af van de mate van blootstelling. Met andere woorden, ieder reageert afhankelijk van de hoogte van de dosis die hij/zij heeft binnengekregen. Daarbij speelt leeftijd en omvang een rol.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Voedselallergie:

» RAST test. Er wordt bloed afgenomen, dat vervolgens wordt blootgesteld aan een groot aantal stoffen (allergenen) die allergische reacties kunnen oproepen. Als iemand allergisch is voor één of meer van deze stoffen, dan worden in het bloed afweerstoffen daartegen gevormd.
» Huidpriktest. Bij de huidpriktest worden druppels van extracten van mogelijke allergenen op de huid gedruppeld. Daar wordt vervolgens doorheen geprikt. Na 15–20 minuten wordt de huid beoordeeld op een reactie (bijvoorbeeld roodheid, jeuk, het ontstaan van een bult).
» Prikpriktest. De prikpriktest lijkt op de huidpriktest. Bij de huidtest wordt eerst in het verse product en dan met dezelfde prikker in de huid geprikt. Deze test wordt uitgevoerd als er een vermoeden is dat een vers voedingsmiddel de overgevoeligheidsreactie veroorzaakt.
» Eliminatie-provocatietest. Een eliminatie-provocatieonderzoek kan doorslaggevend zijn bij het aantonen of ontkennen van voedselallergie. Het verdachte voedingsmiddel wordt hierbij 4–6 weken vermeden. Als de klachten verdwijnen, wordt het ‘verdachte’ voedingsmiddel opnieuw gegeven. Als dezelfde klachten weer terugkomen, dan is een overgevoeligheid voor het geteste voedingsmiddel aangetoond. Als er ernstige overgevoeligheidsreacties worden verwacht, dan moet een provocatietest onder medische begeleiding plaatsvinden.
» Dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek. Dit is tot nu toe de betrouwbaarste test. Een patiënt krijgt meerdere testvoedingen, waarbij zowel de arts als de patiënt niet weet welke van de testvoedingen het voedselallergeen bevat. Tijdens de testperiode worden oplopende hoeveelheden getest. Deze test vindt nog zeer beperkt plaats op een speciale afdeling van een ziekenhuis. Pas achteraf is bekend wanneer het verdachte voedingsmiddel is getest of de ‘nepvoeding’ (placebo).

Voor voedselintolerantie bestaan in het reguliere circuit geen testmogelijkheden. Hier wordt het uitsluitingsprincipe toegepast: sluit de verdachte voedingsstof een bepaalde periode uit. Als daarmee de klachten verdwijnen, is natuurlijk het advies om de betreffende voedingsstof te mijden.

Hoe wordt voedselovergevoeligheid behandeld?

In het geval van voedselallergie is het belangrijk om de voeding die het schadelijke eiwit bevat te mijden, zeker wanneer het levensbedreigende allergie betreft. In die gevallen waar geen sprake is van levensbedreigende situatie is het persoonsafhankelijk hoe hier mee om te gaan.

Medicijnen kunnen ook een oplossing zijn. Als met een dieet niet alle klachten te voorkomen zijn, kunnen verschillende medicijnen de klachten verminderen.

» Antihistaminica: deze medicijnen verminderen de klachten als gevolg van de vrijgekomen histamine. Het middel kan preventief worden gebruikt of bij acute allergische klachten om de allergische reactie af te remmen. Antihistaminica mogen doorgaans pas vanaf één jaar worden voorgeschreven.
» Natriumcromoglicaat: dit geneesmiddel kan als voorzorgsmaatregel worden gebruikt om reacties op verborgen allergenen te blokkeren, zoals bijvoorbeeld bij een etentje buitenshuis. Het effect van dit medicijn is beperkt: het werkt mogelijk alleen bij kleine, (verborgen) hoeveelheden van het allergeen in de voeding. Het wordt daarom weinig voorgeschreven en alleen bij milde allergieën.
» Soms wordt medicatie meegegeven die alleen wordt gebruikt bij een allergische reactie. Om een matige, niet levensbedreigende reactie te onderdrukken kunnen deze medicijnen in de vorm van tabletten of een drankje worden voorgeschreven.
» Bij het risico van een snelle, levensbedreigende reactie (anafylactische shock) wordt een adrenalinepen voorgeschreven. Dit is een met adrenaline gevulde injectiepen, die speciaal is ontwikkeld om door niet-medisch geschoolden te gebruiken bij anafylaxie.

In het geval van voedselintolerantie kan men de voedselinname van voedingsstoffen met het schadelijke eiwit beperken of vermijden. Bijhouden van een voedsel dagboek kan hierbij helpen. Ook hier speelt na inname van de schadelijke eiwit histamine een hoofdrol. Hiervoor geldt hetzelfde advies als hiervoor beschreven.

Het woord 'facts' met een 
		  vergrootglas erboven.

Een allergie wordt regelmatig verward met een intolerantie. Ze hebben echter beide een andere betekenis.