empty
empty
Rennende koeien in een weiland.
Scharrelende kippen buiten.

Biologisch

Wat is biologisch?

De term biologisch heeft betrekking op de wijze waarop landbouw en veehouderij worden gehouden. Hiervoor zijn strenge regels opgesteld. Bij biologische landbouw en veeteelt wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met het milieu, de natuur en dierenwelzijn. Voedsel heeft op een natuurlijke wijze kunnen groeien zonder hulp van chemische bestrijdingsmiddelen. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd.

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europees Biologisch Keurmerk en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique). Die term is overigens niet beschermd.

Is biologisch gezonder dan niet-biologisch?

Er is hier veel onderzoek naar gedaan, maar wetenschappers zijn (nog) niet eenduidig over de gezondheidsaspecten van biologische voeding. In sommige biologische producten zijn hogere gehaltes gemeten aan vitamine C, mineralen en bioactieve stoffen. Ook zit er soms minder water in en kan de vetzuursamenstelling van melk anders zijn.

Het is echter niet duidelijk hoe groot de verschillen tussen biologische en niet-biologische producten precies zijn. De variatie tussen biologische producten is groot en dit hangt ook af van het seizoen, de regio en de gebruikte rassen. Op een aantal punten onderscheiden biologische producten zich positief ten opzichte van niet-biologische producten, namelijk:

» Minder resten bestrijdingsmiddelen
Biologische groenten en fruit bevatten minder/geen resten van bestrijdingsmiddelen. Dit komt doordat biologische boeren vrijwel geen gebruik maken van chemische en synthetische bestrijdingsmiddelen.
» Minder kans op salmonella
Biologische dieren hebben een betere natuurlijke afweer dan dieren uit de gangbare veehouderij. Doordat de dieren in een langzamer tempo opgroeien en ook langer leven, groeien zij vaak over bepaalde infecties heen (zoals bijvoorbeeld de salmonella-infectie). Er is daarmee ook een kleiner risico op salmonellabesmetting bij de consument.
» Minder resten diergeneesmiddelen
Er is slechts een zeer kleine kans dat er resten van diergeneesmiddelen in biologisch melk of vlees zitten. Biologische boeren gebruiken in principe geen geneesmiddelen en wachten twee keer langer dan gewone boeren voordat een dier dat behandeld is wordt gemolken of geslacht.

Krijgen biologische dieren antibiotica toegediend?

Biologische dieren krijgen nooit preventief antibiotica toegediend. Dit gebeurt alleen als het dier ziek is en dan alleen op indicatie van de dierenarts en maximaal één keer per jaar. Indien het vaker gebeurt mag het vlees, het ei of de melk niet meer als biologisch verkocht worden. Als bij een biologisch dier antibiotica worden toegediend, dan moet de boer de dubbele wettelijk voorgeschreven wachttijd hanteren zodat gegarandeerd geen antibiotica of andere residuen in biologisch vlees, eieren of zuivel zitten. Er worden weinig antibiotica gebruikt in de biologische veehouderij, omdat de boer de natuurlijke weerstand van zijn vee zo optimaal mogelijk probeert te houden door middel van goede voeding, huisvesting en extra zorg.

Kunnen biologische producten ook E-nummers bevatten?

Vaak wordt gedacht dat E-nummers allemaal chemisch-synthetische hulpstoffen zijn en dat die E-nummers dus niet op een etiket van een biologisch product kunnen voorkomen. Dat is een misverstand. Er bestaan ook natuurlijke en natuur-identieke E-nummers.

In de lijst met goedgekeurde hulpstoffen van de Europese Unie (de lijst met E-nummers) staan additieven die een natuurlijke herkomst hebben. Sterker nog: hulpstoffen die je in de biologische landbouw mag gebruiken moeten zijn toegelaten op de lijst met E-nummers, anders mogen ze niet gebruikt worden. Van de vele honderden goedgekeurde hulpstoffen mogen er echter maar 40 in de biologische productie gebruikt worden.

Toegestane E-nummers in biologische producten:

E170 Calciumcarbonaat: gebruik beperkt tot textuur, antiklontermiddel en verdikkingsmiddel.
E220 Zwaveldioxide: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
E224 Kaliummetabisulfiet: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
E270 Melkzuur
E290 Kooldioxide
E296 Appelzuur
E300 L-ascorbinezuur
E306 Tocoferolextract
E322 Lecithinen
E330 Citroenzuur
E333 Calciumcitraten
E334 L(+)-wijnsteenzuur
E335 Natriumtatraten
E336 Kaliumtatraten
E341i Monocalciumfosfaat
E400 Alginezuur
E401 Natriumalginaat
E402 Kaliumalginaat
E406 Agar-agar
E407 carrageen
E410 Johannesbroodpitmeel
E412 Guarpitmeel, guargom
E413 Tragacanth
E414 Arabische gom, acaciagom
E415 Xanthaangom
E416 Karayagom
E422 Glycerol
E440i Pectine
E500 Natriumcarbonaten (baksoda)
E501 Kaliumcarbonaten
E503 Ammoniumcarbonaten
E504 Magnesiumcarbonaten
E509 Calciumchloride
E516 Calciumsulfaat
E524 Natriumhydroxide
E551 Siliciumdioxide
E938 Argon
E941 Stikstof
E948 Zuurstof
E1105   Lysozym, gebruik beperkt tot conserveermiddel in kaas.

Het woord 'facts' met een 
		  vergrootglas erboven.

Het is niet aan te geven hoe groot de verschillen tussen biologische en niet-biologische producten zijn.